Waar zijn nu de boekenwinkels die tot middernacht open zijn? Waar zijn nu de extra large smoothies? Waar is de hitte? Waar zijn die kanjers van televisietoestellen in de restaurants en café’s? Waar zijn die velden van tatoeages? In ruil krijgen we opeens een heel Zoniënwoud aan onze achterdeur. Plots zijn we nu een tramrit verwijderd van de Brusselse Grote Markt. Het lijkt op een tramrit naar de middeleeuwen. We kijken met nieuwe ogen naar de oude stad op een wat slome dag in augustus. We zijn terug en dit is één van onze eerste dagen hier.
Wat ons nu opvalt in Brussel: hoe fel de stad zijn best doet om aan de cliché’s te beantwoorden. Op het Muntplein klinkt Jacques Brel uit een luidspreker. Ne me quitte pas. De trottoirs zijn vuil. Er staan overal stellingen tegen de gevels. En overal wegenwerken met drilboren. Een fontein ligt er verwaarloosd bij. Mensen met Luikse wafels in alle handen. Toeristen met pralines in alle zakken. De folders in de winkels rond de Grote Markt kondigen het bloementapijt van 15 augustus aan en beloven zonder enige ironie “une flamboyance royale!”
Ik ga even koffie drinken in de Mort Subite, die klassieke Brusselse tent met in gele geschilderde letters op het raam “Tartine 1900”. De obers knikken zuinig en dragen paarse vestjes die je in Cambridge alleen in de duurste restaurants vindt. Er zitten drie mannen met golvend haar in verschillende schakeringen van grijs rond een klein tafeltje met drie trappisten in verschillende schakeringen van bruin. Ik vang flarden van hun gesprek op. “Zonder die pillen, George, zat ik hier nu niet,” hoor ik één van de drie zeggen.
Ik moet onmiddellijk weer denken aan de VS, aan het thema van de health insurance. Dat is daar alweer een heel tijdje niet meer in de media geweest, maar het komt ongetwijfeld gauw weer aan bod ergens langs het kronkelige pad van de verkiezingsstrijd die we nu met grotere belangstelling dan ooit zullen volgen. Welja, alles doet nog een beetje denken aan ginder. Ik sla vandaag de “Brussel deze week” open en zie een column over Boston.
Zijn we al helemaal terug? Zijn we al geland? Misschien niet. Met ons hoofd zitten we nog een beetje ginder. Of ten minste ergens een beetje in de wolken. Maar met de rest van onze body wandelen we wel alvast weer door Brussel, omhelzen we onze vrienden en vieren feestjes met familie. Nog even geduld, beste vrienden en familie, en dan zijn we er ook weer helemaal met ons hoofd weer bij.
Wanneer dat het geval is, is het tijd voor iets anders en zwerven we andere richtingen uit, ook op het internet. Binnenkort komen er verhalen uit Brussel en Leuven en omstreken op een splinternieuw weblog. Nog even geduld. Gauw vinden jullie hier de link.
Véronique kan er nog eventjes echt niet genoeg van krijgen en vertrekt maandag voor een drie weken durende tournee met haar dansgroep Hacha y Machete. Ze repeteert in Boston en treedt op in Rhode Island en in New York.
Ondertussen is dit wel het einde van “Boterhammen in Beantown”. Wij halen nu een pak zakdoeken boven en zoeken op de iPod naar een sentimenteel deuntje met veel violen. Het was ons een waar genoegen. We hopen dat we jullie wat hebben kunnen plezieren. En we hopen jullie nog te kunnen plezieren in de toekomst. Jullie, in elk geval, waren schitterend.