Sommige dingen zijn toch echt te vreemd voor woorden. Neem nu de benzine. Als je tegenwoordig hier de televisie aanzet, krijg je het ene alarmbericht na het andere over de stijgende brandstofprijzen. Als gevolg daarvan sputtert de hele Amerikaanse economie als een oude Oldsmobile, en de politici sputteren vrolijk mee. En net nu, op dit kritieke moment, komt er een nieuwe busmaatschappij naar Boston die je ritjes naar New York City aanbiedt voor het fenomenale bedrag van één (1) dollar en vijftig (50) cent. Dat is dus 350 kilometer voor de prijs van nog geen halve kilo bananen. In een nagelnieuwe bus. Met wifi aan boord. Hoe doen die mannen dat? Megabus heet het bedrijf, blijkbaar heeft het al aardig wat vertakkingen, en concurreert het iedereen uit de markt.
Omdat we toch naar NYC moesten afgelopen week, en omdat we die Megabus dan toch eens wilden uitproberen, hebben we van de gelegenheid gebruik gemaakt om eens met zo’n Megabuschauffeur wat te kletsen. De kerel die onze bus bestuurde, had uiteraard een Clement Peerens-snor. En uiteraard had hij een tattoo van een blote griet op zijn linkerarm. Maar hij was ook erg vriendelijk, informatief en spraakzaam. Toch zijn we er niet helemaal aan uitgeraakt, aan het raadsel van die lage prijzen. Dat de chauffeurs een waanzinnig aantal uren achter het stuur moeten kloppen: allicht. Dat zal bij de duurdere concurrenten ook wel zo zijn. Hoe doen ze het dan wel? Geen idee. Onze Clement van dienst kon ons enkel technische uitleg geven over de frequentie van de files tussen Hartford en New Haven en over de twee sportstadions van de Yankees.
Enfin, New York dus.
We hadden besloten om ditmaal eens wat contact te leggen met de film- en jazz-scene alginder. Het zijn twee kunstvormen die tot het beste behoren van wat de turbulente 20ste eeuw ons allemaal heeft opgeleverd, en in New York – op zich toch ook een beetje een mirakel van de 20ste eeuw – zijn er een boel cinema- en jazz-sporen op te pikken.
Eentje ervan was ons hotel. We logeerden in Hotel 17: voor degene die al maanden in deze blog vruchteloos op zoek zijn naar een gouden reistip, wel, dit is hem dus. Hotel 17 is een simpel en sober hotelletje in Midtown Manhattan, voor een (relatief) doenbare prijs, met goede bedden en een totale authentieke feel. Het interieur is “filmisch”. Woody Allen heeft er ooit een paar scènes voor zijn pseudo-film-noir Manhattan Murder Mystery opgenomen. En naar het schijnt heeft Madonna er lang geleden eens gelogeerd (niet echt duidelijk wat voor conclusies je daaruit moet trekken, maar het stond zo in de folder).
Jazz, dan. Daarvoor trokken we 's avonds naar de Iridium Jazz Club op Broadway: een kelder met kleine vierkante tafeltjes voor het podium en zwart-witfoto’s van Miles en Dizzy aan de muur. Het Kenny Werner Trio trad er op samen met Toots Thielemans. Wij vonden dat we dat niet mochten missen. Beetje onder het motto: verzuim nooit naar een oude legende te gaan wanneer die nog leeft. Jullie trekken deze zomer toch ook allemaal naar Leonard Cohen?
Toots (“I am un Marollien afro-américain”) was helemaal in goeden doen. Zag er eerder als een goedlachse buurman uit dan een jazzlegende. Maar hij is natuurlijk een kind van het genre: slechte knie, astma, het doet er allemaal niet toe, bij elke nieuwe improvisatie komt er weer een glimlach. En stevige bebop of een sentimenteel deuntje: hij doet het blijkbaar allemaal even graag. Youtube staat er vol van. Overigens, dat Kenny Werner Trio: wat speelden die gasten strak en goed!
Dat was allemaal afgelopen woensdag. Ondertussen zijn we weer teruggekeerd met de Megabus en lopen we weer in Cambridge rond. Daarnet stond ik voor het rode voetgangerslicht te wachten om Kirkland Street over te steken, op weg naar mijn kantoor.
“It’s going to be interesting!” riep de man naast mij plots totaal onverwacht naar mij toe, overstemd door het geluid van een vrachtwagen met cement die net voorbijreed.
“I’m sorry?” zei ik.
“Well,” zei hij, “it’s going to be so interesting to see what will happen when all these machines run out of gas. Finally, we’ll be able to reclaim the streets!”
En weg was hij, met een stevige tred, zigzaggend, tussen de auto’s, door het rode licht.